Wat is de Amerikaanse droom eigenlijk? Is die voor iedereen gelijk, is hij kwantificeerbaar en bestaat er ook zoiets als een Europese variant? Zo ja, hoe toekomstbestendig zijn deze varianten? Die vragen dringen zich op nu vanuit Washington toenemende kritiek klinkt op de Europese interpretatie van democratie en inrichting van de samenleving.
De Amerikaanse droom
De kern van de droom is bekend: het is een reactie op het gebrek aan rechten, inspraak en zeggenschap onder het toenmalige Engelse bestuur van de koloniën en het daaruit voortvloeiende geloof dat iedereen, ongeacht afkomst of geboorteplaats, door hard werken en eigen initiatief een beter leven kan bereiken (het in de Onafhankelijkheidsverklaring verankerde ‘pursuit of happiness’). Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio verwoordde dit recent nog als zijn hoop voor Amerika. Het was die hoop die in de 19e en 20ste eeuw miljoenen doodarme en onderdrukte Europeanen naar Amerika trok; op hun schouders bouwde de VS zich op tot de wereldmacht die zij was, en mogelijk nog steeds is. Dat voorbehoud is veelzeggend: de vraag is of Amerika die belofte nog kan waarmaken.
Want afkomst doet er wel degelijk toe. Bijna iedere zwarte Amerikaan draagt nog het kruis van eeuwen uitsluiting van kansen, werk en scholing. De oorspronkelijke bewoners van het continent wier land gestolen is, zijn binnen de grenzen van reservaten waar zij zijn ondergebracht, aan hun lot overgelaten. En de muur aan de zuidgrens is geen symbool van inclusie, maar van angst onder de voet gelopen te worden door immigranten die op de vlucht zijn voor armoede, corruptie, onderdrukking en geweld. Hun verhaal is niet veel anders dan de immigranten die voorheen uit Europa kwamen, maar voor de ‘nieuwe’ emigranten zit de deur voor een belangrijk deel op slot.
De honger naar succes en welvaart is nog steeds een krachtige drijfveer, maar gaat gepaard met grote maatschappelijke kosten. In de praktijk produceert het systeem een werkelijkheid waarin soms meerdere banen nog (steeds?) ontoereikend zijn om rond te komen, ongelijkheid structureel is, vrije tijd als zwakte geldt, en sociale cohesie wijkt voor individuele overlevingsstrijd. Rubio’s geloof dat elke generatie vrijer, welvarender en in een veiliger land leeft dan de vorige, gaat niet meer op en dat zal, gegeven de huidige politieke koers, waarschijnlijk ook zo blijven.
De Amerikaanse droom als uithangbord van ongelijkheid
Economisch succes bestaat, maar het is vooral voorbehouden aan een kleine groep hoger opgeleiden. Bijna 90% van de nieuwe miljonairs heeft een academische achtergrond, wat de vraag oproept of dit de archetypische krantenjongens zijn die het hebben geschopt tot miljonair, of vooral CEO’s en professionals in de dienstensector. Volgens de World Inequality Database verdient de Amerikaanse top 10% maar liefst 46,8% van het nationale inkomen (in Nederland is dat 30,4%). Het aandeel van de 1% topverdieners in het Amerikaanse bnp staat op 20,7%, het hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog. Duidelijk is dat de economische macht zich concentreert bij een kleine, maar in toenemende mate, zeer invloedrijke elite.
Het aantal miljonairs verdrievoudigde in 25 jaar (nu zo’n 24 miljoen Amerikanen); het aantal miljardairs steeg van ca. 330 in 2007 naar 880 in 2025. Tegelijk zijn het gemiddelde inkomen en het vermogen per hoofd van de bevolking in de VS en Nederland nagenoeg gelijk. Dat zegt alles over de mate van ongelijkheid: het Amerikaanse succes wordt gedragen door een kleine groep ‘haves’, waar een grote groep ‘have nots’ tegenover staat. Ik zeg hiermee niet dat vroeger alles beter was (dat is zeker niet zo), maar wel dat het voor de huidige generatie moeilijker is de generatie waaruit zij zijn voortgekomen economisch te overstijgen. Stagnerende loonontwikkeling en inkomensongelijkheid spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast valt op dat hoewel de kwaliteit van de medische zorg en het niveau van opleidingen tot de beste in de wereld behoren, dit alleen aan de top zo is. Gemiddeld worden zowel de prestaties van de gezondheidszorg (zie later in dit artikel) als die van het onderwijssysteem matig tot slecht beoordeeld. Dit lijkt typerend aan het Amerikaanse systeem: aan de bovenkant glanst het, daaronder is het steeds meer worstelen om het hoofd boven water te houden.
Iets meer dan 60% van de Amerikanen vindt dat het land de verkeerde kant opgaat. De grootste zorgen zijn economisch: inflatie en prijzen (29,2%) en baanzekerheid (14,5%) worden in mei 2026 het vaakst genoemd als belangrijkste problemen. Die ontevredenheid is niet nieuw, het is al jaren aanwezig. Dat begint echter wel steeds meer te wringen.
Trump zag in die lang smeulende onvrede zijn kans. Met de MAGA-slogan beloofde hij het Washingtonse moeras droog te leggen. In 2016 won hij daarmee, tegen alle verwachtingen in. Dat hij geen plan had bleek snel; in 2020 moest hij wijken voor Biden. De democraten slaagden er echter niet in een overtuigend tegenverhaal te formuleren, en Trump won in 2024 opnieuw, ditmaal ruim. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat hij betrekkelijk weinig geeft om de gemiddelde Amerikaan, maar zich als een vampier laaft aan de economische en politieke macht van de VS om zijn ego te bevredigen en zelf te stralen.
Projectie en ‘witte’ angst
Sinds Trumps tweede presidentschap voert Washington een onophoudelijke cultuuroorlog tegen Europa. De toon heeft de relatie ernstig — zo niet onherstelbaar — ondermijnd. De speech van vicepresident Vance in München (februari 2025) was hiervan het startschot; hij waarschuwde voor erosie van democratische normen, censuur en het negeren van de eigen bevolking. Uit de mond van de op één na hoogste gezagsdrager van de VS klinkt dit als een klassiek pot-verwijt-de-ketel-verhaal; in de VS is het inmiddels normaal dat democratische instituties niet meer naar behoren functioneren, critici aangeklaagd worden of een miljardenclaim aan hun broek krijgen, en iedereen die niet voldoende pro-Trump is als extremist of ‘loser’ wordt weggezet. Daarnaast is dit deel van Vance’ kritiek grotendeels onterecht zoals we hieronder zullen zien. Zijn kritiek op het Europese ‘free-rider’-gedrag, gebrek aan daadkracht en naïeve afhankelijkheid van Washington daarentegen sneed wel hout en is inmiddels in Brussel hard, maar duidelijk, aangekomen. Vance’ bezoek aan de deels naar fascistisch neigende zeer rechtse AfD na zijn speech in München, laat overigens zien hoe weinig historisch besef de huidige regering in de VS heeft en naar welk soort systeem hun voorkeur uitgaat. Sinds Vance’ speech is de toon niet milder geworden.
In een recente update van de Amerikaanse terrorismestrategie wordt Europa een ‘broedplaats voor terrorisme’ genoemd. Massa-emigratie wordt beschreven als een bedreiging voor de Europese cultuur en veiligheid. Er wordt op gewezen dat het aandeel moslims in Europa groeide van 5,3% in 2010 naar 6% in 2020. In scenario’s met hoog migratieniveau wordt rond 2050 rekening gehouden met een aandeel van 14%. Maar het werkelijke ‘probleem’ wordt zelden uitgesproken: het aandeel christenen daalt veel harder (−7,6 procentpunt) dan het aandeel moslims stijgt (+0,7). Ontkerkelijking is daar de voornaamste oorzaak van. In deze samenloop zien de MAGA-christenen in Trumps aanhang een bedreiging van de christelijk-joodse culturele hegemonie in Europa.
Interessant genoeg is dit vooral een projectie van de eigen angst: in de VS daalt het aandeel christenen nog harder (−14,3 procentpunt tussen 2010 en 2020) dan in Europa, terwijl het aandeel onkerkelijken juist sterk stijgt (+13,3 procentpunt).
Daarboven maakt de VS een ingrijpende demografische verschuiving door. Het aandeel witte Amerikanen bedraagt nu 57% (Latijns-Amerikanen worden in de statistieken niet als ‘wit’ aangemerkt). Het Census Bureau voorziet dat dit rond 2045 onder de 50% zakt, met name door immigratie vanuit Latijns-Amerika en Azië. Die ‘white Christian anxiety’ verklaart Trumps aanvallen op alles wat ‘woke’ of ‘diversiteitsinclusief’ is; wokisme en diversiteitsprogramma’s faciliteren ‘losers’, in Amerika maak je je eigen succes.
Zo wordt de aandacht afgeleid van de werkelijke problemen — falende gezondheidszorg, een ontwricht sociaal systeem, structurele ongelijkheid — en richt deze zich op buitenlandse ‘bedreigingen’. Als een regeringsleider met veel lawaai zijn pijlen op externe bedreigende omstandigheden richt (Europese omvolking, nucleaire dreiging Iran, oneerlijke handelspraktijken buitenland, etc.), zijn er meestal intern zaken waarvan de aandacht moet worden afgeleid.
In dit geval lijkt het erop dat de regering Trump eropuit is Amerikanen het zicht te ontnemen op de Republikeinse machtsovername van het systeem. De door de grondwet ingestelde veiligheidskleppen worden ontmanteld, terwijl bedrijven en een selecte club miljardairs steeds meer macht en economische ruimte naar zich toetrekken en de rechten en noden van het volk daaraan ondergeschikt worden gemaakt. Dit is geen toeval, het is een doelbewust plan.
Project 2025
Het manifest van de zeer conservatieve Heritage Foundation, Project 2025, is een meer dan 900 pagina’s dikke blauwdruk voor de consolidatie van presidentiële macht en de complete reorganisatie van de federale overheid. In het jaar dat de VS haar 250ste verjaardag viert, propageert het manifest een terugkeer naar de waarden van 1776. De droom is ontspoord door federale regelzucht en ‘vrijzinnig’ (lees: socialistisch) beleid en is toe aan revisie. De kernpunten:
De familie is de kern van het sociale leven (lees: je vangnet is je directe omgeving).
De overheid trekt zich terug uit het dagelijkse leven (lees: zorg, onderwijs en toezicht zijn geen overheidstaken).
Bedrijven krijgen vrijheid om zich naar eigen inzicht te ontwikkelen (lees: geen hinder van milieueisen of arbeidsrechtelijke verplichtingen).
De grenzen gaan dicht om werkenden te beschermen (lees: er komt geen immigrant meer in).
Religieuze vrijheid wordt bewaakt (lees: geen ruimte voor gedachten buiten de joods-christelijke traditie en het institutionaliseren van de moraal).
Het meest verontrustende is dat op dit moment voor en achter de schermen hard gewerkt wordt dit manifest ten uitvoer te brengen, met Trump als de grote bluffer, stoorzender, mistmachine, intrigant en aandachtstrekker als bliksemafleider.
De Heritage Foundation is voor haar inkomsten vooral afhankelijk van een relatief kleine groep steenrijke families en fondsen met gemeenschappelijke ideologische belangen: deregulering, belastingverlaging en een terugtredende overheid. Om deze doelen te realiseren heeft het de beschikking over een budget van $100 miljoen en heeft het ca. 650 mensen in dienst. Het erfgoed waar de naam naar verwijst (‘Heritage’), ziet op het joods-christelijke erfgoed en het (veronderstelde) gedachtegoed van de opstellers van de Amerikaanse grondwet.
Het leven van een belangrijk deel van de Amerikanen is zonder Project 2025 al niet makkelijk; als het gedachtegoed van de Heritage Foundation wordt uitgevoerd, zal dat naar het zich laat aanzien niet beter worden.
Wat de cijfers zeggen
Om een beeld te krijgen van de huidige situatie, vergeleek ik de VS op vijf velden (bestuurskwaliteit, mensenrechten, veiligheid, geluksbeleving en gezondheidszorg) met 25 andere landen in en rondom de EU (de U.S. Relative Performance Index, 2014–2025). De velden (kijk hier voor een nadere toelichting en bronnen) zijn relevant omdat ze inzicht geven in de mate waarin burgers binnen het land waarvan zij inwoner zijn, zich beschermd weten door en tegen de overheid. In essentie is dit ook de premisse waarop de Amerikaanse droom is gebaseerd. Het geeft geen oordeel over de wijze waarop dit gerealiseerd wordt, slechts wat de uitkomst is van het proces. Deze vergelijking helpt om zowel zicht te krijgen op de absolute stand van zaken op genoemde velden, als ook de relatieve positie van landen ten opzichte van elkaar.
De index stelt de Verenigde Staten als norm voor de andere landen in de vergelijking, door de prestaties van de Verenigde Staten op ieder van de hiervoor genoemde prestatievelden als uitgangspunt te nemen en de prestaties van de andere landen daaraan te spiegelen. Functioneren de andere landen beter dan de VS, dan krijgen zij meer punten, functioneren ze slechter, minder. Ieder prestatieveld is voor de VS 20 punten waard, tezamen over de vijf prestatievelden is dat 100 punten.
De VS stond in 2014 op plek 11, in 2025 was dat plek 15 (laatste) Niet alleen omdat de VS absoluut slechter presteerde, maar vooral omdat andere landen het beter deden. Als andere ‘westerse’ landen als Canada, Austalië en Nieuw-Zeeland in deze vergelijking waren betrokken, dan zou de uitkomst niet veel anders zijn geweest. Wat zegt zegt dit?
‘We the people’, als drijvende kracht van de verlichting en gangmaker van de Amerikaanse droom heeft veel van haar glans verloren. In dat licht zijn de Amerikaanse verwijten aan Europa uiterst misplaatst.
Vergelijken we de VS op deelvelden met de andere landen (achter deze link) dan valt op dat ze op het prestatieveld bestuurskwaliteitnog net in de middenmoot scoort (plek 9). Het peilmoment daarvoor was nog vóór de chaos van DOGE’s reorganisatie in de loop van 2025, die de belastingdienst naar schatting $500 miljard aan gemiste ontvangsten heeft gekost. Het kan inmiddels lager zijn Het prestatieveld geluksbeleving scoort ruim lager dan het gemiddelde (plek 10), maar nog wel voor het VK, Frankrijk en Italië. Voor een welvarende natie als de VS is de kwaliteit van de gezondheidszorg zwaar beneden peil (plek 11): de bovenlaag koopt de beste zorg, de onderkant wordt min of meer aan zichzelf overgelaten. Twee indicatoren doen de VS echter de das om: mensenrechten en veiligheid (beide plek 15, en laatste). Op deze prestatievelden faalt de overheid geheel, en is de burger aan willekeur overgelever
De invulling die de EU en menig andere Europese staat heeft gegeven aan het ‘contract’ met de burger is een geheel andere dan die in de VS. In Europa wordt gestuurd op gelijkwaardigheid, pluralisme (nationaal en Europees), mensenrechten en een sociale markteconomie. In de VS staan individuele vrijheid, eigen verantwoordelijkheid, ondernemerschap en daarmee de Amerikaanse droom (‘make it, or shake it’) voorop. Twee systemen met verschillende invullingen, en daarmee uitkomsten. De hedendaagse demografische omvang en diversiteit, complexiteit van onze samenleving, geopolitieke afhankelijkheden en technologische mogelijkheden en kwetsbaarheid zijn leidend in wat mij betreft als systeem de voorkeur verdient. De waarden van 1776 zijn volstrekt onwerkbaar om met de realiteit van 2026 om te gaan.
Conclusie: feiten versus projectie
Dit alles levert wat mij betreft een aantal conclusies op:
Duidelijk wordt dat de glans van de Amerikaanse droom aan het vervagen is. De idealen van de Founding Fathers lijken te worden uitgehold door de grote tegenstellingen die de VS economisch, sociaal en politiek, steeds meer in haar greep lijkt te hebben gekregen. De kansongelijkheid neemt toe.
‘America First’ lijkt vooral een economisch, militair en (geo)politiek doel te vertegenwoordigen. Amerikaanse burgers die in economisch en sociaal opzicht onvoldoende fundament onder hun voeten hebben zijn, zeker vergeleken met burgers in de meeste Europese landen, in toenemende mate kwetsbaar. De belangen van hen die wél economisch en sociaal onafhankelijk zijn, worden door de overheid juist beschermd.
Een steeds kleiner deel van de economische elite heeft een steeds grotere vinger in de pap en het oor van de president. Project 2025 van de Heritage Foundation doet niet (meer) geheimzinnig over haar doelstellingen. Meer macht voor de president, een kleinere federale overheid, wetgeving die de belangen van het grote bedrijfsleven vooropstelt en een ‘moraliteit’ die bepaald wordt door (christelijke) niet-gouvernementele organisaties zoals kerken.
Hoewel er op het functioneren van Europa, meer bijzonder van de EU, voldoende valt aan te merken, is het onjuist haar te beschuldigen van erosie van democratische normen, censuur en het negeren van de eigen bevolking. De cijfers laten zien dat de Europese nationale en supranationale instituties niet de vijand zijn van haar burgers. Integendeel. Anno 2026 moet de overheid, veel actiever dan ooit tevoren, een faciliterende rol spelen in het creëren van (gelijke) kansen en beheersen van risico’s voor haar burgers.
Uiteindelijk gaat het om de vraag wat voor een samenleving je voorstaat. Hoe dan ook is er voor Europa nog een hoop werk aan de winkel. Het bestaansrecht als waardengemeenschap en autonome wereldmacht is alleen houdbaar als zij op eigen benen durft te staan, trots is op het beschermen van de waarden die in de VS onder druk staan, en haar besluitvormingsstructuur versterkt. Dat besef moet doordringen, en snel. In de VS zal veel nadrukkelijker dan ooit tevoren een fundamentele keuze gemaakt moeten worden of de waarden waar de Heritage Foundation voor staat, waarden zijn die in 2026 nog houdbaar en bestendig zijn. Dit is de vraag die iedere verkiezing, op elk niveau en voor welke functie dan ook, door de daarvoor meest geschikte kandidaat vol over het voetlicht gebracht en beantwoord moet worden.