Nu het WK 2026 is afgetrapt, is er aanleiding een vervolg te schrijven op een van mijn eerste artikelen, waarin ik in 2014 de wantoestanden onderzocht die zich steeds nadrukkelijker manifesteerden binnen de wereld van de FIFA, de wereldvoetbalorganisatie. De aanleiding daarvoor was de toch wat vreemde toewijzing van het wereldkampioenschap aan Rusland en Qatar en de geur van corruptie die al een poos hing rond de top van die organisatie. Inmiddels is het 2026 en strijkt het WK voetbal neer in Noord-Amerika (Canada, Mexico en de Verenigde Staten).
In mei 2015, na jarenlange geruchten van beschuldiging over fraude en corruptie, barstte eindelijk de bom voor de FIFA. Talloze hoge FIFA-functionarissen werden gearresteerd in een grootschalig Amerikaans en Zwitsers strafrechtelijk onderzoek en Sepp Blatter, de president van de FIFA, kwam steeds zwaarder onder vuur te liggen. In een poging aan de kritiek te ontsnappen en zijn vijfde termijn als voorzitter veilig te stellen, had Blatter eerder al een Reform Committee ingesteld met de opdracht voorstellen te formuleren voor concrete statutenwijzigingen om meer en betere transparantie, financiële controle en ethisch gedrag af te dwingen. Het doel was het bevorderen en afdwingen van goed bestuur en het naleven daarvan. De bedoeling was om dit al in 2014 ter stemming te brengen, uiteindelijk duurde het tot begin 2016 voordat dit gerealiseerd werd.
Na het met veel moeite veiligstellen van zijn vijfde (!) termijn als president, moest Blatter eind 2015 alsnog gedwongen vertrekken. Dit opende begin 2016 de weg voor Gianni Infantino, die zich met zijn ‘Taking FIFA Forward’ manifest als hervormingskandidaat presenteerde en ook deel had uitgemaakt van de commissie die deze voorstellen had voorbereid, om orde op zaken te stellen.
Hervorming februari 2016
In hetzelfde FIFA-congres waarin Infantino met luid applaus benoemd werd tot president, keurde de vergadering ook een met veel bombarie gepresenteerd omvangrijk en veelbelovend pakket maatregelen goed.
Het meest in het oog springende deel daarvan was dat van de zesentwintig comités waaruit de FIFA voorheen bestond (met elk een eigen aandachtsgebied, lees koninkrijk) er nog maar zeven zouden worden gecontinueerd. Daarvoor werd het voormalige, uit 25 leden bestaande allesbepalende Executive Committee, met vergaande strategische en operationele bevoegdheden, opgeheven. In plaats daarvan kwam een uit 37 leden (waarvan tenminste 6 vrouwen) bestaand FIFA Council, dat alleen nog maar verantwoordelijk is voor strategie en toezicht, een soort van Raad van Commissarissen dus.
Het operationele deel van de organisatie zou voortaan vallen onder de secretaris-generaal (voortaan CEO) van de FIFA. Hiermee werd de macht van de president ingeperkt ten gunste van de secretaris-generaal. Politieke en operationele macht werden hiermee strikt gescheiden, wat hard nodig was: FIFA is door de grote financiële belangen, conflicten tussen mondiale belangen (FIFA) en regionale associaties (zoals bijvoorbeeld UEFA) en verscheidenheid in ontwikkelingsniveau van de sport en omvang in de diverse gebieden, een zeer politieke organisatie. Daarnaast opende deze structuur de weg naar een efficiëntere, transparantere en een meer participatieve vorm van besluitvorming.
Andere belangrijke hervormingen bestonden uit het limiteren van het aantal termijnen dat de president en de leden van het hoogste bestuursorgaan in functie konden zijn tot drie keer vier jaar, de publicatie van salarissen en een minimum van zes vrouwelijke vertegenwoordigers in de Council.
Verreweg de belangrijkste wijziging bestond echter uit het instellen van een drietal, van het FIFA-Council onafhankelijke, toezichtsorganen: het Audit and Compliance Committee, Governance Committee en Ethics Committee. De leden daarvan zouden voortaan door de Algemene Vergadering, de vergadering van alle 211 aangesloten voetbalbonden, benoemd worden in plaats van door de FIFA Council. Hiermee kreeg het onafhankelijke toezicht op het functioneren van de FIFA Council en de vaststelling van de beloningen van de topbestuurders van de organisatie een belangrijke onafhankelijke basis.
Infantino’s coup in mei 2016
Deze hervormingen waren deels echter van ultrakorte duur. Al op het congres van mei 2016, minder dan 80 dagen later, draaide de FIFA de kern van de hervormingen alweer terug. Op het moment dat de congresleden op het punt stonden naar huis te vliegen, werden ze overvallen met een last-minute ingebracht amendement op de FIFA Governance Regulations die de Council bevoegdheden gaf die het doel en de strekking van de hervormingsvoorstellen doorbraken. In het amendement werd via een zeer vage en open formulering aan de Council (“in uitzonderlijke gevallen” waar zij “hun verplichtingen hadden geschonden”) de bevoegdheid tot ontslag toegekend voor leden van de Audit and Compliance Committee en Ethics Committee. De vergadering had hier vooraf geen kennis van kunnen nemen, laat staan dat ze op dat moment de reikwijdte ervan hadden kunnen doorgronden. Via een omweg (de FIFA Governance Regulations zijn ondergeschikt aan de statuten van FIFA) kreeg de Council een effectieve mogelijkheid zich te wapenen tegen onwelgevallige acties van de onafhankelijke toezichthouders. Deze bevoegdheden waren juist bij de Council weggehouden, om de onafhankelijkheid van het toezicht op het reilen en zeilen van FIFA te waarborgen.
Aanleiding voor dit alles, zo is later opgemaakt uit gelekte verslagen van de FIFA Council, bleek het feit dat Infantino niet tevreden was met zijn door Domenico Scala, de voorzitter van het Audit and Compliance Committee, voorgestelde basissalaris van CHF 2 miljoen (zonder bonusmogelijkheden), waar zijn voorganger Blatter uiteindelijk op een vastsalaris van CHF 3 miljoen zat. In dit verband mag echter niet onvermeld blijven dat Blatter, zijn secretaris-generaal Valcke en financieel directeur Markus Kattner in de periode 2011 tot Blatter’s vertrek in 2016, samen meer dan CHF 79 miljoen aan zichzelf toekenden via salarissen, WK-bonussen en andere voordelen. Het aandeel van Blatter zelf was daarin ca. 50%. Het tegengaan van ongebreidelde zelfverrijking was een van de oogmerken van het instellen van het onafhankelijke toezicht. Het kan niet zijn dat Infantino door het salarisvoorstel overvallen werd. Saillant detail is dat Infantino, om nog enigszins zijn gezicht te redden en de discussie over zijn zwaar bekritiseerde handelwijze af te kunnen sluiten, uiteindelijk genoegen moest nemen met een aanvangssalaris van CHF 1,5 miljoen (echter, niet onbelangrijk, mét bonusmogelijkheden). Dit alles neemt niet weg dat Infantino met zijn actie twee zaken had bewerkstelligd. Fundamenteel is dat hij met zijn actie de indirecte controle over de belangrijkste toezichthoudende organen van de FIFA en de werkzaamheden van ‘zijn’ secretaris-generaal had bewerkstelligd. Hiermee werd de politieke macht teruggewonnen die in het hervormingsproces verloren was gegaan. Hiermee had hij ook de door hem zo gewenste controle over zijn eigen beloningsproces veiliggesteld: op de langere termijn zeer profijtelijk.
Met zijn coup liet Infantino zijn ware gezicht zien en dat was niet zonder gevolgen. Scala trok zich onmiddellijk terug en sprak van een “wake-up call voor iedereen die oprecht gewerkt had aan de implementatie van de hervormingen”. De comités waren “van hun onafhankelijkheid beroofd” stelde hij. De zet “ondermijnt een centrale pijler van goed bestuur bij FIFA en vernietigt een wezenlijke verworvenheid van de hervormingen”. De wijze waarop de stemming was georganiseerd en het effect ervan was volgens velen een volledig verraad aan allen die dachten gestemd te hebben voor verandering, ‘fair play’ en hervorming.
Verdere afbraak
Vanaf dit moment gaat het van kwaad tot erger. Er is (te) veel te vertellen over de respectievelijke uitbreidingen van Infantino’s greep op de macht binnen FIFA. Ik beperk me tot de hoofdlijnen:
Een bestuur van 35 man/vrouw is groot, divers van samenstelling, met een openbare agenda en verslagen en lastig te beïnvloeden. In het hervormingsproces was voorzien dat er behoefte bestond aan een noodmechanisme voor spoedbeslissingen tussen de momenten dat de Council bijeenkomt, met ratificatie achteraf. Dit mechanisme ging door het leven als het Bureau van de Council en bestond uit de president en de voorzitters van de regionale confederaties (zoals Aleksander Čeferin van de UEFA, in die functie al goed voor een basissalaris van CHF 3.250.000). Dit zijn de machtigste mannen binnen de voetbalwereld. Al snel ontwikkelde dit spoedorgaan zich tot het centrum van de besluitvorming binnen de FIFA, met de Council, waarvan ieder lid $250.000 opstrijkt, als ratificatiemachine. Waaruit blijkt dit? Er is geen gedocumenteerd bewijs voor meningsverschillen binnen de Council. Sterker nog, bijna alle besluiten worden – volgens FIFA-persberichtgeving – met unanimiteit genomen. Daarnaast is er ook geen enkel gedocumenteerd geval van een besluit van het Bureau, dat door de Council is teruggedraaid. Binnen een orgaan van 37 leden is een dergelijke consistentie opmerkelijk, maar niet verwonderlijk als je weet dat benoeming, ontslag en financiële impulsen, of juist het wegnemen daarvan, machtige wapens zijn om ‘gewenst’ gedrag te sturen.
Begin 2017 verzocht Infantino de voorzitter van de onafhankelijke Governance Committee, Miguel Maduro, de voordracht van Vitaly Mutko, een Russische sportminister en inmiddels verdacht van betrokkenheid bij het Russische staatsdopingprogramma, goed te keuren. Op grond van FIFA-regels mogen overheidsambtenaren geen FIFA-bestuursfuncties vervullen. Maduro, een Portugees rechtsgeleerde en Yale-academicus was slechts acht maanden daarvoor benoemd en was vooraf door Infantino verzekerd dat hij zijn functie in volstrekte onafhankelijkheid kon uitoefenen. Hij weigerde de voordracht te ondersteunen waarna Mutko zich terugtrok als kandidaat. In de opmaat naar het door Rusland georganiseerde WK 2018, bracht dit Infantino zwaar gezichtsverlies toe. Nog in hetzelfde jaar werd Maduro ontslagen omdat, zoals hij later schreef in The Guardian, zijn zonde was dat hij zijn taak binnen de FIFA te serieus nam.
Ook in 2017 speelde het voornemen van de Ethics Committee om Infantino te onderzoeken vanwege onregelmatigheden rond zijn kostenverantwoording bij zijn eigen verkiezingen en vermeende pogingen de presidentsverkiezingen van de Afrikaanse voetbalconfederatie (CAF) te beïnvloeden. Hoewel dit inmiddels geen verbazing mocht wekken, werd snel duidelijk dat een dergelijke ijver niet gewaardeerd werd. Ditmaal werden de pijlen gericht op Cornel Borbély, voorzitter van de onderzoekskamer en voormalig Zwitsers aanklager, en Hans-Joachim Eckert, voorzitter van de beoordelingskamer en voorheen Duits rechter, en in die hoedanigheden zeer prominente en alom gerespecteerde leden van het genoemde Ethics Committee. Zij gingen op voor herbenoeming; echter kregen te horen dat zij door de FIFA Council niet voorgedragen zouden worden voor herverkiezing. Onafhankelijkheid oogt goed, maar o wee als het ongemakkelijk wordt voor de FIFA ‘inner circle’.
Mede ingegeven door zorgen over en kritiek op het besluit om Qatar het WK 2022 te laten organiseren, werd in 2017 een onafhankelijke (!) Human Rights Advisory Board ingesteld. Geen enkel gebouw in Qatar komt tot stand zonder de inspanningen van duizenden bouwvakkers, voornamelijk uit Oost-Azië en Afrika, die onder mensonterende omstandigheden hun werk doen. Hier was veel ophef over, wat weer aanleiding was voor deze adviesraad om nader onderzoek in te stellen. Kennelijk omdat de schendingen van mensenrechten niet (meer) te ontkennen vielen en de officiële vaststelling daarvan door een FIFA-orgaan de relatie met Qatar zwaar onder druk zou zetten, terwijl op dat moment nog volop gebouwd werd aan de stadions in Qatar, werden de werkzaamheden van de adviesraad stopgezet. Niet met tamtam, maar zonder enige publicatie of aankondiging. Men kwam er pas achter toen er geen verslagen meer werden gepubliceerd.
In de algemene vergadering van mei 2024 in Bangkok is voorgoed het hele hervormingsproces voor de bus gegooid door terug te gaan naar het grote aantal comités van voor de hervormingen (35 dus). Deze stap werd gemotiveerd door te wijzen op de toegenomen diversificatie van FIFA’s activiteiten (vrouwenvoetbal, futsal, etc.), er meer inclusiviteit en participatie van de lidorganisaties mogelijk zou zijn en het zou niets extra kosten (er werden geen vergoedingen in het vooruitzicht gesteld). Tegelijk werd besloten dat de regionale confederaties zelf mochten bepalen of er een limiet komt op het aantal termijnen dat een gekozen bestuurder mag dienen.
Per saldo is alles weer zoals het was toen Blatter in 2016 het veld moest ruimen onder druk van de vele corruptieschandalen die de FIFA teisterden. In die tijd heeft Infantino CHF 32.195.000 kunnen verdienen met zijn, volgens hemzelf uiterst belangrijke, werk voor de FIFA zonder maar iets van zijn belofte waar te maken dat “We will restore the image of FIFA and the respect of FIFA. And everyone in the world will applaud us”. In deze opzet is hij volkomen door de mand gevallen.
Het structurele probleem
Op papier voldoet de FIFA aan alle criteria van ‘good governance’. In de jaarlijkse vergelijking van de governance van de verschillende bij de Zomerspelen aanwezige sportbonden (ASOIF), behaalt de FIFA een maximale score. Het probleem is echter dat daarbij vooral het bestaan van gewenste waarborgen wordt beoordeeld, niet het daadwerkelijk functioneren daarvan. De statuten voldoen aan alle good governance eisen; de werkelijkheid is echter dat ‘het Bureau’ alle touwtjes in handen heeft. Waar bijvoorbeeld Sebastian Coe, de president van World Athletics, zich beroepen kan op het zoveel mogelijk verminderen van zijn macht, heeft Infantino gekozen voor precies het tegengestelde pad. Niet verbazend staat World Athletics in indexen die de werkelijke governance meten, met stip bovenaan.
Het verschil zit hem voor een zeer belangrijk deel in intentie en integriteit. Deze twee zijn nauw met elkaar verbonden en zijn een keuze. In Infantino’s FIFA moeten er steeds meer ploegen aan zoveel mogelijk competities en toernooien deelnemen: nationaal, internationaal, op confederatieniveau en wereldwijd. Voetbal is steeds meer een geldmachine, met telkens grotere en duurdere toernooien met enorme belangen. Televisierechten, sponsoren en prijzengeld spelen een steeds grotere rol in het promoten van de sport. Dit leidt tot een sterke toename van de transferbedragen en salarissen, een steeds grotere internationalisering van clubteams. Er staat een enorme druk op trainers en bij achterblijvende prestaties is ontslag slechts een kwestie van tijd. In 2025/26 is in totaal bij de 36 bij de UEFA’s Champions League betrokken teams tezamen (op basis van de gemiddelde inschatting daarvan) €3,363 miljard aan spelerssalarissen betaald, €3,875 miljard aan transfersommen afgetikt terwijl daaruit slechts €1,908 miljard werd ontvangen, zijn tien trainers ontslagen en afgekocht voor een totaalbedrag van ca. €75.000.000. De twee aan de Champions League finale deelnemende teams bestonden voor resp. 67% (PSG) en 73% (Arsenal) uit spelers uit het buitenland. Voetbal is steeds meer een globale industrie geworden met kapitaalgoederen, intellectuele eigendomsrechten en miljardencontracten voor franchise- en mediarechten.
De FIFA, en dan met name ‘het Bureau’, speelt hier een grote rol in en heeft, direct of indirect, overal een enorme vinger in de pap. Dit is niet een logische onvermijdelijkheid, het is een bewuste keus die daar gemaakt is. De leden van ‘het Bureau’, Infantino en de 6 confederatiepresidenten, verdienden met hun verschillende bestuursrollen binnen het voetbal in 2025 samen in totaal naar schatting een bedrag van tussen de €15,4 en €18,9 miljoen. Het aandeel van Infantino daarin is in ieder geval €5.000.000. Het is volstrekt helder dat zij het voor het geld doen en hun moraliteit, doen en laten daar ook door laten sturen. De eerder genoemde Sebastian Coe heeft een andere keuze gemaakt. Hij is juist trots op zijn prestatie de controle op zijn macht en die van zijn organisatie volledig onafhankelijk te hebben gemaakt van bestuursinvloeden. In zijn rol als president van World Athletics (voorheen de IAAF) heeft Coe recht op een beloning van maximaal $280.000. De door Coe gemaakte keuzes zijn óók bepaald door intentie en integriteit; de integriteit van de organisatie en de sport gaat boven alles. Het verschil in uitkomst kan niet groter zijn. Binnen de FIFA is het toezicht ondergeschikt gemaakt aan de belangen van haar topbestuurders en het imago van de organisatie zelf. Inmiddels is er geen toezichthouder binnen FIFA die het in zijn hoofd haalt het doen en laten van de leden van ‘het Bureau’ ter discussie te stellen, laat staan te dwarsbomen of te onderzoeken. De kern van ‘good governance’ is daarmee bewust gesmoord en de hervormingsagenda compleet de nek omgedraaid.
Eiland- en oliestaten
In dit kader isn er nog een tweetal andere aspecten die een rol spelen in de wijze waarop het Bureau de zaken binnen de FIFA sturen kan. In de eerste plaats is dat via beloningen aan en benoemingen van bestuurders uit (uiterst) kleine voetballanden, niet zelden eilandstaten. Iedere bond – groot, klein, arm of rijk – heeft binnen de algemene vergadering een stem, maar ontvangt ook dezelfde bijdrage uit het FIFA-forward fonds: $1.000.000. Het belang daarvan is voor bijvoorbeeld de Turks & Caicos Islands, met 615 geregistreerde voetballers, een stuk groter dan voor een voetballand bij uitstek als Engeland, met meer dan 8.000.000 geregistreerde voetballers. Als je dan ook nog een bestuurder uit zo’n land opneemt in de FIFA Council, dan hoef je weinig tegenspraak te duchten uit die hoek. Van de 37 leden in de Council komen er 15 uit landen met elk minder dan 100.000 geregistreerde leden, waarvan 6 uit kleine eilandstaatjes. Deze ‘kleine’ voetballanden (samen goed voor 40% van de stemmen binnen de Council), vertegenwoordigen minder dan 3% van het totaal bij de FIFA aangesloten geregistreerde leden. Het is lastig daar iets anders in te zien dan dat hun loyaliteit gekocht wordt met geld en prestige. Het is een prettig windje in de rug voor het geval ‘het Bureau’ voor haar plannen, stemmen tekort komt. Sterker nog: Infantino was duidelijk over dit ‘patroon-cliëntsysteem’ tijdens het FIFA-congres in 2024: “70 procent van jullie, van de FIFA-lid associaties, zou geen voetbal hebben zonder de middelen die rechtstreeks van FIFA komen”. Financiële afhankelijkheid als politiek instrument.
Daarnaast zijn er oliestaten, met name uit het Midden-Oosten, die vooral kapitaal inbrengen: staatsgelieerde sponsorships, investeringen en infrastructuur die FIFA’s commerciële belangen dienen. Qatar, Saudi-Arabië, Bahrein en de VAE faciliteren de FIFA als host van WK’s, AFC evenementen en als FIFA-partnerstad. Alle vervullen door hun voetbalbestuurders belangrijke rollen in FIFA’s machtigste organen. Olieproducerende landen als Rusland en de VS zijn inmiddels gezamenlijk al 3 keer gastheer van het WK geweest. Van de vijf meest recent gespeelde en inmiddels toegewezen WK’s, zijn er vier in oliestaten. Iedere keer leidde dat tot controverse over de toekenning, de voorbereiding en/of het verloop van dat WK. Oliegeld koopt prestige en invloed om het vaak mindere mensenrechtenimago van dit soort staten (alle zijn relatieve voetbaldwergen) op te poetsen. FIFA aan de andere kant, kan hun geld goed gebruiken om de impact en commerciële belangen van de organisatie verder te vergroten.
Onderstaande infographic brengt de machtsverhoudingen binnen FIFA in kaart en laat zien hoe kleine lidorganisaties (vaak eilandnaties) en rijke (olie)staten gebruikt worden om de machtsbasis van ‘het Bureau’ te consolideren. Voor een uitgebreide toelichting verwijs ik naar de ‘notes’, het laatste tabje in dit overzicht.
Het gaat te ver om op ieder geval van machts- en erkenningshonger in te gaan die vooral de president van FIFA parten speelt. Maar er zijn ook onbegrijpelijke tegenstellingen. Waarom een vredesprijs namens alle 71+ miljoen geregistreerde spelers van de FIFA aan Trump aanbieden, als die zich in woord en daad evident afkeert van zoveel landen en mensen die bijvoorbeeld via USAid afhankelijk zijn van de medemenselijkheid én eigenbelang van Amerika’s hulpprogramma’s? Het patroon is, denk ik, duidelijk; Infantino denkt bovenal aan het profileren van zichzelf en het kunnen aanschuiven bij de groten en machtigen der aarde. FIFA is daarbij zijn opstapje en het hele hervormingscircus een klucht.
Zolang persoonlijke machts- en financiële ambities leidend zijn in een organisatie die tien jaar geleden dreigde te bezwijken onder de last van allerlei corruptieverhalen, kan je er rustig vanuitgaan dat er weinig veranderen gaat. Het belang van FIFA en de integriteit van de sport, zal dan altijd ondergeschikt blijven aan de hebzucht en geldingsdrang van de leden van ‘het Bureau’, een bende van zeven, met mannen als Infantino als roverhoofdman.