Het is overduidelijk dat we in geopolitieke zware tijden zijn beland. Dit geldt voor de wereld als geheel; de EU is echter inmiddels in een wel heel kwetsbare positie terechtgekomen. Rusland blijkt inmiddels niet de postcommunistische buur te zijn waar je op wil vertrouwen voor je energiezekerheid. Onze behoefte aan gas heeft het land in staat gesteld in ieder geval het begin van de invasie van Oekraïne te financieren. Hetzelfde geldt voor de VS; niet de ideale partner om je belangrijkste strategische belangen aan uit te besteden. Was dit naïef? Met de kennis van nu is daar uiteraard geen enkele twijfel over mogelijk! Het opportunisme en het wensdenken waren, (niet alleen) achteraf bezien, ronduit verbijsterend.
Het fundament waarop de EU gebouwd is, blijkt nu het product te zijn van een rooskleurige droom over een wereld die nooit heeft bestaan en waarschijnlijk ook nooit zal bestaan. Toch was dat beeld zo’n kleine 35 jaar geleden heel anders. De Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama voorspelde in 1992 in zijn beroemde boek ‘The End of History and the Last Man’ dat de val van de Berlijnse Muur het einde van de ideologische evolutie markeerde en dat de westerse liberale democratie de definitieve bestuursvorm zou worden. De poging van de EU om soevereiniteit en traditionele machtspolitiek te overstijgen door een transnationale rechtsstaat te creëren, paste volgens hem bij een ‘posthistorische’ wereld, een transformatie in de wijze waarop geschiedenis vanaf dan zou worden beleefd.
De hoop op vreedzame co-existentie tussen volken met uiteenlopende culturen, ontwikkelingsniveaus en geschiedenissen, gebaseerd op een westerse democratie, is inmiddels volstrekt irreëel gebleken. Sinds 11 september 2001 is duidelijk geworden dat deze visie niet houdbaar is. Onze kijk op de wereld is fundamenteel veranderd en hopelijk realistischer geworden. Structurele zwaktes in systemen waarop we vertrouwden, zijn pijnlijk zichtbaar geworden. De EU, altijd in ontwikkeling en verre van volmaakt, is hier misschien wel het meest kwetsbaar voor.
De EU is altijd het resultaat geweest van een dynamisch compromis; soevereine staten die hun autonomie delen zonder deze volledig op te geven. Het is een paradox – je kunt niet van twee walletjes eten – en toch is de EU een opmerkelijk succesvol project. In zeventig jaar tijd is het gelukt om van 27 individuele, door oorlog en onderdrukking verarmde landen, een geïntegreerd samenwerkingsverband te maken dat geopolitiek, economisch en sociaal stevig staat en wereldwijd meetelt.
Toch schuilt de kwetsbaarheid juist in die dubbelzinnige verhouding tussen nationaal en Europees leiderschap. Dit leidt tot trage, moeizame en vaak suboptimale besluitvorming, vooral bij besluiten die unanimiteit vereisen. Veto’s maken van organen soms tandeloze instituten. Zoals het vetorecht van de ‘grote vijf’ de VN-Veiligheidsraad verlamt, zo belemmert het unanimiteitsvereiste binnen de EU effectief optreden. Dit biedt ruimte aan lidstaten die onder vuur liggen vanwege mogelijke schendingen van politieke of humanitaire verplichtingen om het interne besluitvormingsproces te frustreren. Het tast niet alleen de effectiviteit van de EU aan, maar maakt haar ook kwetsbaar voor externe kritiek.
Opmerkelijk is dat juist landen die de werking van de VN-Veiligheidsraad met (mogelijke) veto’s blokkeren, de EU verwijten dat zij verlamd wordt door trage besluitvorming en te veel rekening houdt met nationale belangen (vanwege de kans op veto’s dus). De EU is daardoor voor het buitenland lastig te doorgronden, moeilijk te beïnvloeden en vermoeiend om zaken mee te doen. Deze kritiek is, hoewel ingegeven door een dubbele moraal, begrijpelijk en deels terecht.
Autocratische wereldleiders beweren hun zaken beter op orde te hebben. Maar het is de vraag of dat werkelijk zo is en of hun kritiek op de EU niet vooral hun eigen keuzes en angsten weerspiegelt. Trump benut de harde macht van de VS voor eigen glorie en gewin, Poetin bouwt een maffiastaat, en Xi Jinping stuurt op groei, met zichzelf als centrale leider. Deze leiders zijn in de kern autoritair en hebben democratische structuren ondergeschikt gemaakt aan hun persoonlijke doelen. Burgers in deze landen missen het sociale en humanitaire vangnet en de democratische stabiliteit die de EU biedt. In die zin vormt de EU voor deze leiders een bedreiging en een te aantrekkelijk alternatief. Hun kritiek legt hun eigen kwetsbaarheid bloot.
Toch komt de kritiek binnen de EU hard aan, vooral die van Trump en consorten. Het betreft een continue stroom van verwijten en beledigingen, vaak overtrokken of onjuist, gericht op het creëren van onzekerheid en een onderhandelingsvoorsprong. In de traditie van ‘The Godfather’ wordt een aanbod gedaan dat je niet kunt weigeren ("… or else"). Het doel heiligt de middelen, zonder dat het doel altijd duidelijk is. Ook vóór Trump waren er scheurtjes in het vertrouwen tussen Europa en de VS, maar onder zijn leiding is dit vertrouwen snel verder afgebrokkeld. De nieuwe realiteit is moeilijk te ontkennen; de ogen zijn geopend, maar de realiteit is nog niet volledig ingedaald, laat staan dat helder is hoe daar mee om te gaan.
Dit verklaart de felle reacties op deze nieuwe realiteit. Er is schaamte over de naïviteit, het gebrek aan geopolitiek inzicht en daadkracht, het negeren van waarschuwingssignalen en het opportunisme waarmee men dacht goedkoop voordeel te behalen. Dit alles speelt mee in de verwerking van het verlies van de trans-Atlantische relatie. Dit leidt tot, in mijn ogen, soms excessieve reacties die de EU in deze fase volstrekt geen goed doen. Wat helpt het ons met stoere uitspraken de relatie met de VS (verder) te ondermijnen? Maakt dat ons sterker of verzwakt het ons juist? De realiteit is dat we nog steeds zeer afhankelijk zijn van deze relatie, hoe broos die op dit moment ook is. We moeten dat als gegeven zien en accepteren voor wat die is. Acceptatie is de laatste fase van deze rouwverwerking. De vraag is dan hoe die acceptatie eruit moet zien.
Wat mij betreft moet acceptatie leiden tot het veiligstellen van de strategische autonomie van de EU. Elke gevoelige afhankelijkheid van niet-EU-landen, bondgenoot of niet, moet worden voorkomen of afgebouwd. Dit kan niet van de ene op de andere dag; we zijn nog te afhankelijk van de VS en dus kwetsbaar. Het vraagt om strategische heroriëntatie, planning en tijd. Zoals gezegd, overhaaste acties zijn contraproductief en kunnen grote schade veroorzaken en onomkeerbare gevolgen teweeg brengen. Juist daarom zijn voorzichtigheid en realiteitszin geboden. Machogedrag is geen deugd; sterker nog: het zouden zomaar Trump en Poetin zelf kunnen zijn die het grootste slachtoffer worden van hun eigen onbezonnen acties.
De inspanningen om het NAVO-budget te verhogen naar 3,5% tot 5% van het bbp per lidstaat worden soms gezien als capitulatie of concessie aan Trump. Daar ben ik het niet mee eens. In het kader van strategische autonomie is deze verhoging noodzakelijk. De vraag is of het extra geld wordt besteed aan aankopen in de VS of aan de opbouw van een eigen defensie-industrie. Ik pleit voor het laatste, al moeten we erkennen dat we, zeker gezien de situatie in Oekraïne, nog niet voldoende in staat zijn dit zelfstandig te realiseren. Ook hier geldt: defensie-autonomie is een proces, geen knop die je zomaar omzet.
Het bereiken van strategische autonomie is cruciaal, maar vereist voorbereiding, planning en organisatie. Dit proces verloopt niet vanzelf. De EU moet werken aan de fundamenten voor het verdedigen van haar strategische autonomie. Ik twijfel er niet aan dat hier inmiddels een volledige afdeling in het Berlaymontgebouw (de zetel van de EU Commissie) mee bezig is.
Ik hoop dat de EU daarbij in elk geval de volgende punten meeneemt:
Werk aan verdere Europese integratie. Schaf het unanimiteitsvereiste af, versterk de federale structuur en maak de verhouding tussen federale en nationale bevoegdheden duidelijker. Versnel procedures rond beperking van stemrecht en bijdragen uit de EU-kas bij structurele ondermijning van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
Zet de ‘handelsbazooka’ (Anti-Coercion Instrument) effectief in. Gebruik dit instrument intelligent en strategisch om economische dreigingen van buitenaf te pareren. Zorgvuldige voorbereiding is essentieel voor maximaal effect.
Overweeg terugtrekking uit het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens (artikel X). Kernwapens zijn vooral in handen van landen die de internationale rechtsorde schenden. Het verdrag heeft ons geen bescherming gebracht. Het is tijd onze eigen verdediging serieus te nemen en alle opties open te houden. Uittreding zou een krachtig signaal zijn en de strategische autonomie van de EU versterken.
Bescherm de economie en het grondgebied tegen afhankelijkheid van niet-EU-technologie. Deze afhankelijk moet zo snel mogelijk worden afgebouwd. Zolang dat (nog) niet zo is, zou het invoeren van een bronbelasting op IT-diensten van leveranciers van buiten de EU kunnen helpen de druk op die (vooral VS) leveranciers te verhogen om externe ‘achterdeuren’, manipulatie en privacy- inbreuken tegen te gaan. Minder EU-autonomie of privacy-waarborgen, impliceert hogere belasting.
Verminder de afhankelijkheid van Amerikaanse wapensystemen. Neem verantwoordelijkheid voor een Europese defensie zonder Amerikaanse garanties. Operationele autonomie over materieel is essentieel; als dat door ongewenste afhankelijkheden of wurgcontracten niet mogelijk is, is het beter nu verlies te nemen dan later vast te zitten aan een nadelige machtsverhouding.
Tot slot:
We leven in een hybride tijdperk. De EU ligt onder vuur. Het is geen oorlog, maar ook geen vrede. De bedreigingen zijn groot: Rusland, China en de VS hebben elk hun eigen redenen om de EU te ondermijnen. We zijn een aantrekkelijk doelwit omdat we ons onvoldoende hebben beschermd tegen externe dreigingen. We dachten onder de vleugels van een sterke bondgenoot onze plek in de wereld te vinden, maar inmiddels weten we beter. We moeten onszelf opnieuw uitvinden. Ons succes hangt af van de eensgezindheid en snelheid waarmee we onze strategische autonomie veiligstellen. Lukt dat niet, dan neemt het risico op betrokkenheid bij een conflict sterk toe. Om ons heen slaan helpt ons echt niet, we dienen met realiteitszin onze plek in de wereld veilig te stellen.
De sleutel ligt bij de EU. Snel zal blijken welke (leiders van) landen bereid zijn de juiste conclusies te trekken. Wie durft over zijn eigen schaduw heen te stappen en van de EU een volwaardige wereldspeler te maken? Ik beloof dat het niet zal meevallen en dat het wederom een roerig, maar geopolitiek interessant jaar voor de EU zal worden!