De General Government Performance Index (GGPI) is een door mij ontworpen index die inzicht tracht te geven in de relatie tussen door overheden geleverde prestaties die relevant zijn voor burgers (maatschappelijke opbrengst) en de inspanningen, uitgedrukt in aangewend belastinggeld en andere publieke middelen, die zij leveren voor het bereiken van die prestaties (publieke lasten).

De GGPI is gebaseerd op onderzoeken van derden zoals de Social Progress Index (dat op basis van 73 verschillende datapunten meet in welke mate in elk van de 129 onderzochte landen wordt voorzien in menselijke basisbehoeften, welzijn en kansen van burgers), het Global Competitiveness Report (waaruit de bevindingen op het gebied van infrastructuur zijn overgenomen) en de Worldwide Governance Indicators (die zes verschillende dimensies van overheidsbestuur in kaart brengen en beoordelen). Deze elementen vormen tezamen de basis voor de prestatie of ‘output’-variabele van de GGPI: maatschappelijke prestaties als gevolg van overheidsbeleid. De lasten of ‘input’-variabele is zowel gebaseerd op het beslag dat overheden leggen op het nationale inkomen om hun beleid te financieren (circa twee jaar voorafgaande aan de gemeten uitkomsten van dat beleid), als op de laatst bekende staatsschuld per 31 december voorafgaande aan de GGPI over enig jaar. Door de 'output' en 'input'-variabelen tegen elkaar af te zetten, kan vastgesteld worden of het beslag op de publieke middelen een meerwaarde heeft opgeleverd in termen van voor burgers relevante opbrengsten (een uitkomst boven de 100) dan wel of dat dit niet het geval is geweest (uitkomst onder de 100).

Onderstaande (interactieve) kaart laat de uitkomsten zien voor 2017 (voor een detailweergave voor Europa klik hier).

De GGPI is bedoeld om te laten zien hoe, ongeacht de omvang van de in een land voor overheidshandelen beschikbare middelen, keuzes rond de besteding van publieke middelen zich vertalen in voor burgers relevante prestaties. Hierdoor wordt het mogelijk vast te stellen in welke mate die keuzes een beleid hebben opgeleverd dat ten opzichte van andere landen succesvol is geweest. Het is dus een index die de kosten en opbrengsten van overheidshandelen en -nalaten meet, weegt en onderling vergelijkbaar maakt. Meer informatie over achtergrond, opzet en methodologie van de Index is te lezen op: Achtergronden, opzet en methodologie van de General Government Performance Index.

De GGPI-ranking voor 2017 ziet er als volgt uit (blauw: opbrengsten overtreffen lasten, oranje: lasten overtreffen opbrengsten)

GGPI-ranking 2017 door Aantekeningen in de marge

In de top 5 staat een aantal landen die je niet zou verwachten in een index als deze. Deze landen voeren alle een bedachtzaam begrotingsbeleid en weten daarmee een relatief hoge voor burgers relevante opbrengst te genereren. Hierbij geldt echter wel dat alleen Nieuw-Zeeland zich wat ‘output’ betreft vergelijken kan met het niveau daarvan in West-Europese landen. De andere landen doen het zeker niet slecht, zeker relatief gesproken, maar er is nog ruimte voor progressie. Het 'spaarzame' overheidsbeleid in samenhang met de goede uitkomsten op het vlak van voor burgers relevante prestaties, levert deze landen de hoge klassering op. Het laat zien dat met goed beleid het maximale gehaald wordt uit de mogelijkheden die betreffende landen hebben. De Indexcijfers alleen zeggen dus weinig over de prestaties op de individuele componenten: Maatschappelijke Opbrengst respectievelijk Publieke Lasten. Om dit zichtbaar te maken is het, voor een beperkt aantal geselecteerde ontwikkelde economieën interessant om deze elementen nader te belichten:

Als we de GGPI-waarden in een grafiek tegen elkaar afzetten, komen ze het best tot leven. Dan blijkt pas hoe groot de verschillen tussen landen eigenlijk zijn en tekenen zich ook clusters af, met ieder zo zijn eigen specifieke issues en dynamiek. In onderstaande grafiek zijn de uitkomsten van de GGPI 2017 (aangeduid met ◼) vergeleken met die van twee jaar daarvoor, de GGPI 2014 (aangeduid met◆). Hiermee kan inzicht worden verkregen in de richting waarin het beleid zich ontwikkeld heeft.

Nederland levert, na Zwitserland, de hoogste uitkomst als het gaat om voor burgers relevante maatschappelijke opbrengsten. Dit gaat overigens nog steeds samen met een behoorlijk (en te?) hoog beslag op het totale door Nederland als land gegenereerde bbp, hoewel ook hier sinds kort bewegingen in de goede richting worden gemaakt.

De uitkomsten van de GGPI laten duidelijk zien dat een hoge waarde van voor burgers relevante prestaties van overheidsbeleid zeer goed samengaan met een relatief lager beslag op de publieke middelen. Zwitserland, Zweden, Finland, Denemarken en de landen in Oceanië zijn hier een goed bewijs van. Het blijkt vreemd genoeg, een stuk lastiger te zijn hoge maatschappelijke prestaties te leveren bij zeer hoge publieke lasten. België, Frankrijk, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje zijn hier voorbeelden van en doen het ronduit slecht in de Index. De overheden in die landen laten het zowel afweten in termen van het leveren van voor burgers relevante prestaties als in het in de hand houden van overheidsbestedingen. Het zijn juist deze landen die op grote schaal uit de bocht vliegen als het gaat om begrotingsdiscipline. In mijn recente blog over dit onderwerp, Zuidelijke EU-regio: zwak bestuur maakt eigen burgers kwetsbaar en legt een tijdbom onder de EU, ga ik hier nader op in. De slechte kwaliteit van de politieke en sociale instituties, het rigide functioneren van de markt voor arbeid zowel als voor ondernemingen, alsmede de wijze waarop oudedagsvoorzieningen zijn gefinancierd, zorgen voor een omgeving waar hervormingen enerzijds broodnodig zijn, maar anderzijds vastlopen in een moeras van belangen en gevestigde posities waaruit het bijna onmogelijk is progressie te boeken.

Het aardige van de GGPI is dat deze de verhouding tussen inspanningen en prestaties van overheden haarscherp in kaart brengt en trends inzichtelijk maakt. Van alle landen binnen de OECD die zich democratisch en rechtstatelijk ontwikkeld mogen noemen, bevinden zich Oostenrijk, Japan, de Verenigde Staten, Portugal, Frankrijk, België, Italië en Griekenland (in toenemende mate van zorgelijkheid) alle in de gevarenzone. Deze landen staan voor grote uitdagingen en volgende edities van de GGPI zullen laten zien in hoeverre ze erin slagen hierin stappen te zetten.

Posted
AuthorMark Goudsmit